Nadat we alles gedaan hebben in Bukit Lawang, gingen we naar Brastagi. Dat klinkt bijna alsof we naar Italië gaan, maar dat is niet zo…. Het is via een hobbeldebobbelweg naar een plaatsje op 1400 meter hoogte. Onderweg kwamen we ineens bij een begraafplaats van wel 5 voetbalvelden groot en op de graven stonden Chinese tekens. Bleek dat we zomaar in de middel-of-nowhere in een Chinese buurt te zijn, inclusief Chinese tempels. Later zijn we gaan stoppen bij een Warung, want het is een lange reis van wel 5 uur. Papa en mama hebben er heerlijk lokaal gegeten en papa met zijn vingers. Ik heb een hele bak rijst opgegeten! Hongerrr.
Ik moest nog poepen en dat was een avontuur op zich. Als je kijkt naar het filmpje, begrijp je wat ik bedoel.
Soms moet je eieren voor je geld kiezen.
Daarna ging de reis weer verder langs slingerende wegen. Gelukkig ging het ook nog regenen, zodat het nog interessanter werd. Het hotel waar we gingen kijken was een hotel in koloniale stijl, een beetje oud maar wel mooi volgens het boek. Ik denk dat het hotel samen met de kolonialisten was vertrokken, want er was niks te beleven. Gelukkig wist onze chauffeur een beter hotel, en dat heette Talitha, een gezellig guest house, gerund door een kwieke Indonesische oude vrouw, die in 2003 met een Willem was getrouwd in Monnickendam…. Willem was er ook, 82 en lang en mager.
Omdat het regende, lekte het ook. Gelukkig hadden we aan 1 emmer genoeg.
Omdat het regende, waren de brommers niet zo’n goed idee, maar, zonder enige vorm van waarschuwing, kreeg papa de sleutels van de auto van Ibu in de handen gedrukt. “Beter voor de kinderen” zei ze en weg waren we. In de regen, in het donker, op weg naar Restaurant Panorama!
Dat werd gerund door een professor dokter; een Indonesiër die perfect Duits sprak en chirurg was geweest. Maar omdat zijn handen zo trilden moest hij stoppen met snijden in mensen en doet hij dat nu in de keuken. Een stuk veiliger. Het eten was niet superdepuper, behalve voor papa, die alle restjes op heeft gegeten.
De volgende dag zijn we op de brommer naar de vulkaan gegaan. Het regende toen we vertrokken, maar toen we bijna bij de ‘hot springs’ waren, was het droog en warm. De hot springs waren best leuk, maar vooral een groot zwembad voor lokale toeristen. De vulkaan bleek, nadat we op de hobbeldebobbel weg terug waren gereden, net iets te stijl voor de brommers. Die trokken het niet, dus gingen we terug. Daarna zijn we nog naar een christelijke kerk geweest in de vorm van een gigantisch Betak huis. Erg bijzonder, dat wel.
Eten bij de warung vlakbij Talitha was dan weer witte rijst voor mij en koekjes voor Jay. Die is niet zo van de warungen, die houdt meer van spaghetti (Jaja Brastagi), en een goed moment voor mama om de natte spullen even op te hangen in de zon. Want de laatste dagen met Jungle, regen en een snelle dan-stinkt-het-niet-zo-was, hebben we veel natte spullen.
‘S middags zijn we, op aanwijzing van Awan, de man die alles kan (en weet), naar de andere vulkaan gegaan. Die was actief! En we hebben echt een eruptie gezien. Een grote zwarte paddestoelwolk in de lucht, maar geen lava. Die vulkaan had er een paar jaar geleden ook voor gezorgd dat de meeste dakpannen in de buurt kapot waren. Vandaar de lekkage (volgens Awan, het dak moest nog worden vernieuwd.). Bovendien was het een heerlijke rit en hebben we limoenen in het wild gevonden, naast de ontelbare graven in de akkers. Dit gedeelte van Sumatra is voornamelijk Christelijk, vandaar ook al die kerken, waarvan er meer dan koeien zijn! Ze vinden het gezellig als de overleden (over-overgroot) ouders in de buurt zijn en wie kan ze ongelijk geven!
Zo was de dag alweer snel voorbij en konden we ’s avonds weer een hapje eten. In ene Warung, maar ik heb niet zo’n zin (Jay) en Dzjez heeft al genoeg Witte rijst gegeten. Dus.
Morgen gaan we op pad naar Palau Samosir, een eiland midden in het Toba Meer, maar daarover morgen meer.
Niet dat we dat anders niet doen, maar gek genoeg slapen we hier langer. Tot wel kwart-voor-zeven (sommige mensen zeggen zeuven, maar die zijn van adel, ik niet, want ik ben een ridder). Het wordt hier ook later donker en niet om 6 uur zoals in Jakarta, maar om 7 uur. Dan is het ook automatisch een uur later licht. Het biologische klokje van Dzjez werkt dus duidelijk op zonne-energie.
Ja, ik slaap prinsheerlijk onder mijn klamboe, dus van muggen hoef ik niets te vrezen. Voor ontbijt hoef ik ook niet te vrezen, want dat is toast met chocola. Fruit of fruitsap wil ik niet, want dat is vies. Air putih (water) is ook goed. Dat ontbijt gaat er snel in omdat we dan boven kunnen spelen. Boven is een hele grote ruimte, helemaal van bamboe en daar kun je chillen. Jay ligt dan te mediteren in een bamboe stoel en ik loop heen en weer.
Om 9 uur staat Eddy al klaar en wij ook. Twee rugzakken met al het noodzakelijke (water, koekjes en appels) en papa heeft zijn vieze broek aan, want het wordt een ruige tocht. Via de achteruitgang van Ecolodge (ons hotel) stappen we eigenlijk direct de echte en beschermde jungle in. We zien direct al een Thomas leaf monkey, of zoals de lokalen zeggen “Punky Monkey” want hij heeft een hanekam.
De tocht wordt al snel jungle met klimmen en dalen en voordat we het weten, staan we oog in oog met een Orang Oetang en haar kindje. Interessant om te weten is dat van alle orang oetangs er 75% vrouwtjes zijn. Dat komt omdat mannetjes niet nodig zijn. Een vrouwtje blijft 6 jaar bij haar kind voordat die weggaat, en al die tijd wil ze niet zwanger worden. Dus… Ze worden trouwens gemiddeld 70 jaar.
De tweede orang utang was een kolossaal mannetje, waar je niet al te dicht bij in de buurt moet komen. Die kan soms een beetje boos worden en dat is niet gek als je door een horde toeristen met camera’s achterna gezeten wordt! Mina is ook zo’n orang utang, maar een vrouwtje. Die is 40 jaar, maar is vroeger als baby meegenomen naar rijke mensen. Dat deden ze vroeger. Maar sinds 1973 hebben ze die mensen gevraagd om de orang oetangs terug te brengen naar het voedercentrum om te leren terug in de jungle te leven. Dat is heel goed gegaan, want ze zijn gestopt en nu zijn er 6000. Mina is nooit helemaal hetzelfde geworden, want ze heeft bijna wel 100 mensen gebeten, inclusief Eddy. In zijn been. Maar dat is een ander heroïsch verhaal.
De tocht begon rustig. Al snel zagen we een baby OA (is Orang Utang) met zijn moeder. Echt superschattig! Daarna zagen we een grote mannetjes OA, maar daar moesten we wel voorzichtig bij zijn, want dat was me een kolos! Langzaam ging hij door de jungle en hij keek papa recht in zijn gezicht. Een vlaag van herkenning zag ik in zijn ogen (die van de OA), waarna hij doorliep.
Ondertussen hadden we al een klein stukje afgelegd en wij voelden ons echte jungle-helden, maar dat was maar het begin bleek al snel. Ik was hersteld van mijn dipje (Jay) en was er na twee stroopwafels, die Eddy van mensen uit Nederland had gekregen, weer helemaal bovenop. Ik praatte als brugman en sprong over de takken als een echte Jayne. Niks kon me tegenhouden, maar toen het na een uur echt stijl werd, gaven mijn benen het op en werden ze zwabber. Mijn hoofd ook en geen stroopwafel die dat kan verhelpen.
Het was dan ook wel echt stijl omhoog en stijl naar beneden over smalle paadjes met wortels en uitgesleten paden door de regen. Paadjes dus, want je kon niet echt met z’n tweeen naast elkaar lopen. En als je denkt dat valt wel mee en is voor amateurs, dan heb je het mis. Het is echt een ruige track, die menig mens tot het uiterste zou drijven.
Ik liep voorop (Dzjez) met Eddy en die was al net zo praatgraag als ik. In Nederlands/Engels (want hij spreekt ook een beetje Nederlands), keuvelen en wandelden we er lustig op los. Papa draagt Jay en die begint meer en meer op die OA te lijken… Maar hij zet door. Jay op zijn rug, lianen in zijn hand en modder tot aan zijn knieën. Zijn lichtblauwe broek wordt telkens grijs/groeniger, totdat we op een klein plateau komen. LUNCH!
Mooi om te zien hoe de mannen de lunch klaarmaken. Nasi Goreng met groenten en kroepoek. Als toetje vers fruit. Ananas, passievruchten, bananen, roze watermeloen. Er was ook een schildpad, die de op-de-grond-gevallen banaan van Jay op ging eten. Een echte schildpad!
Na de lunch was het niet meer zo ver, zeiden de mannen. Hemelsbreed klopte dat wel, maar als je de hoogtes en dalen er bij optelde, was het toch wat verder dan we dachten. Gelukkig gingen we stoppen na een uitdagende klim en konden we een pauw-in-het-wild voeren. Eddy moest daarna even poepen wat ik al ook al had gedaan midden in de jungle) en wie kan hem dat kwalijk nemen….
Papa heeft mij gelukkig gedragen en dat is maar goed ook. Ik denk dat ik anders vol spektakel naar beneden was gestort. Nu dus niet.
Na een paar pieken en dalen en een zeer spannend stuk naast een bergrivier, kwam het eind in zicht. Gelukkig viel ik (Dzjez) toch nog een keer met mijn been tegen een rots en toen was het alsof alle energie ineens uit me droop. Gelukkig was daar Eddy, de man van de jungle, die al zoveel tracks had gedaan, die me gemakkelijk nog even kon dragen. Het laatste stukje naar het kamp, maar voor we daar waren, liepen we langs een waterval! En bij die waterval waren allemaal apen! Dezelfde als in Ubud. Gezellig.
Bij het kamp was het al een drukte van belang. Niet van toeristen, maar van mensen die aan het koken waren en dingen aan het regelen. Wat niet meegenomen werd naar de Jungle, werd geplukt. Alles werd klaargemaakt in 1 wok.
Wij gingen zwemmen bij de waterval. Best wel koud, maar als je er een keer in bent valt het wel mee, en trouwens, het is superverfrissend na zo’n super-jungle-wandeling. 6 uur onderweg geweest, kwart over drie bij het kamp. Ik ben dan ineens weer helemaal bij de pinken (Jay) en sta als eerste onder de waterval. Met je hoofd onder de waterval staan is heftig want het is veel meer water dan in de douche. Niet alleen zijn we verfrist, we zijn ook weer helemaal schoon. Dat is het leven in de jungle. Dat zijn wij: De Jungle mannen.
Het eten was bijzonder, maar ik eet alleen maar witte rijs. Mama en papa eten Ayam Rendang, Sayur (groenten), ikan (vis) en Tempeh. Met een glas Teh Panas (hete thee). In de jungle smaakt alles beter. En toen ging het regenen. Eerst een beetje, dus we gingen onder het afdakje zitten, maar toen oorverdovend! Een buitje dachten we nog, maar het bleef maar gaan en het lieve riviertje dat naast het kamp liep, werd hoger en hoger en werd wel een meter hoger! De waterval werd een oorverdovende stortvloed, zeer spectaculair. Dan denk je nog wel eens twee keer na over de vloedgolf die Bukit Lawang in 2003 verraste. Een paar omgevallen bomen op een verkeerde plek zorgden voor een natuurlijk stuwmeer en toen de bomen uiteindelijk braken om half 10 ’s avonds, raasde er een vloedgolf van wel 5 meter naar beneden. 20 minuten duurde die en lang genoeg om het hele dorpje, inclusief de mensen, weg te vagen…. Dan sta je wel twee keer stil bij toeval en de natuur.
Gelukkig blijft het bij het stijgen tot niet meer dan een meter en de rivier was perfect in staat alles af te voeren en wij? Wij gingen slapen terwijl de regen ongenadig op het plastic dak kletterde. Op een heel dun matje op beton. Maar als je respectievelijk 17 en 19 kilo weegt, maar dat niet zo veel uit. Als je 96 kilo bent daarentegen….
De nacht was goed en wij zijn uitgerust wakker geworden. Papa moest wat Tai Chi oefeningen doen om weer 1 te worden met zijn lichaam, maar daarna waren we klaar voor ons volgende avontuur. De roeivereniging was inmiddels weer zo goed als normaal, maar de waterval was nog steeds bezig het overtollige regenwater af te voeren. Tijd voor een ochtenddouche dus. Eerst door de jungle en dan in het koude water van de waterval. Verrukkelijk zeg ik (Jay), ik vind dat lekker!
Toen we verfrist waren en hadden ontbeten en de spullen gepakt, gingen we naar de grote rivier. Daar werden de spullen op banden gebonden en gingen wij in de grote banden zitten, om vervolgens naar beneden te raften, terug naar Bukit Lawang. Gelukkig was papa zijn broek nog nat en vies, want die werd natuurlijk helemaal nat!
Naar Sumatra, dat was de afgelopen weken ons mantra. Zelfs Jay werd er mee wakker. En dan is het ineens zover. Papa’s laatste werkdag en die was op donderdag, de koffers gepakt en dan, op vrijdag met zwalkiman (Lagiman die slingerde) naar Soekarno-Hatta.
We vlogen met Lion air, en dat is een vliegende leeuw. Sommige mensen zijn bang, want er is eens een vliegtuig neergestort. Wij niet, want dan weten we zeker dat ze extra voorzichtig zijn. Bovendien zaten er vooral Indonesiërs aan boord en die weten het wel.
Ik zat met m’n neus tegen het raam geplakt, want ik wil niks missen. Je weet maar nooit wat je op de startbaan tegenkomt. Een competitieve zwaan die een wedstrijdje wil doen, of een slapende man, omdat het kan.
Het is wel eens leuk om op een andere luchthaven aan te komen. Zeker als er een Wendy’s is en een papa en mama die honger hebben. Frietjes met ketchup voor ons dus. Daarna snel met een bluebird-taxi naar Dell hotel.
Dat is buiten Medan en dan heb je frissere lucht. De meneer van het hotel heet Dirk en is uit Groningen. Genoeg redenen voor papa om ronduit te kletsen (niet dat hij veel nodig heeft omdat te doen hoor. Geef hem een vinger en hij neemt de hele arm)
Het eten was superlekker, maar we hebben er niet veel van gegeten. Na het zwemmen en de appels en de restanten van de boterhammen, hebben we al gauw genoeg. Sinaasappelsap met water vult de maag ook, zeg ik. Slapen deden we als rozen, want we zijn van het type leg-ons-maar-neer-en-slapen. Maakt niet uit waar. Een beetje fris wakker worden is ook belangrijk, want we gaan naar het paleis van de sultan.
Ja! Die sultan was er dus mooi niet, hè, want die woont ergens anders. Nou ja! Goed is dan wel weer dat het paleis door Nederlanders is bedacht en toen het gebouwd werd, stond het midden in de tabaksplantages. Die zijn dus nu helemaal weg en hebben plaats gemaakt voor veel gebouwen. Eén daarvan is de grootste moskee, ook bedacht door een Nederlander. Nadat we weer wereldberoemd op de Indonesische Facebook en instagram zijn geworden door tientallen foto’s, werden we als afgesproken, opgewacht door Eddy. Een vrome moslim, die nog Nederlands sprak ook! Puur toeval!
Een van de eerste interessante ontdekkingen was het lijk van de Bilan (de omroeper, die man die elk gebed op indrukwekkende manier in zingt). Hij was gister overleden en moest vandaag begraven worden. Drukte van belang dus. Maar goed dat mama zich vermomd had als muslima. Overigens hield dat twee opdringerige mannetjes niet tegen om ons nog even snel tot de islam te bekeren. Dat hebben we dus niet gedaan. Wij geloven in de vrolijkheid en de mooie dingen, en ons gebed is onze lach.
Daarna even gegeten in tiptop, een leuk restaurantje dat vooral grossier is in vergane glorie (je merkt overigens dat reisboeken geschreven worden door optimisten. Ze weten van elk gebouw een parel van sumatra te maken. Waarschijnlijk hebben ze gelijk, maar je moet er oog voor en zin in hebben.) Goed gegeten en veel plezier. Dat dan weer wel, en daar gaat het om.
Voordat we met een slaperige taxichauffeur naar huis gaan, zijn we nog naar het Kantor Pos gelopen, waarbij we onderweg nog een ijsje hebben gekocht. Opvallend hoeveel sport/golf/muziek winkels in die straat staan. Wel 15. Sportieve/muzikale stad, Medan.
De avond stond al weer op het programma, maar eerst nog even zwemmen. Na zo’n dag in de zon heb je daar wel zin in. Er waren twee andere Nederlandse kinderen, waar we natuurlijk niet mee willen spelen. Dat heeft een kindubatie tijd nodig (30 minuten wel kijken, maar niets doen). Daarna zijn we natuurlijk wel gaan spelen.
Voor het eten hebben we lang nagedacht, en uiteindelijk niets besteld. Mama had nog spulletjes van het ontbijt en dat is in de tropen genoeg. Als je maar genoeg drinkt. Papa en mama nemen daarvoor bir Bintang besar, met twee glazen. Dan blijft het lekker koel.
Wat papa wel goed had geregeld, was de wakkere chauffeur van de ochtend die ons naar het paleis van de sultan had gebracht, vragen om ons de volgende dag naar Bukit Lawang te brengen. Die stond om 10 uur klaar met een glimlach, en wij, na alweer een heerlijk ontbijt, ook. Papa had dan weer wel per ongeluk op Google maps de verkeerde route gekozen. Blijkt dat er naast routes voor auto, fiets en lopen, ook zoiets als een olifantenroute is….
Die gaat dwars door de palmolieplantages. Veel gehobbel-de-bobbel en krtsh-kratsh (Indonesisch woord!). De chauffeur bleef lachen, zelfs toen er totaal geen netwerk meer was voor de mobiele telefoon. Gelukkig zijn alle Indonesiërs happy, en toen hij de eerste de beste vroeg naar de weg, was dat, met lachende gezichten naar de bule, zo geregeld.
Eddy wachtte ons al op (nee, een andere Eddy dan bij de moskee!) bij de ingang van het dorp (niet dat we echt afgesproken hadden, maar dat maakt niet uit in Indonesië. Je bent al snel een vriend.) Hij is namelijk daarna op z’n brommer gesprongen om ons vervolgens opnieuw op te wachten bij het parkeerterrein voor Ecolodge (dat hadden we uitgekozen omdat het restaurant lijkt op de Greenschool op Bali). Hij was een officiële gids en met hem gaan we later een echte jungle tocht doen.
Maar eerst even lunchen en relaxen bij de bruisende rivier. Na zo’n barre tocht is dat wel nodig. 89 kilometer kost al gauw 3 uur. En dan nog was de olifantenroute echt de snelste…. Zo zie je maar weer, soms weten olifanten het beter. Na de lunch konden we de aantrekkingskracht van de rivier niet meer weerstaan en hebben we onze zwembroeken aangetrokken. Mama stond met een angstig gezichtje te kijken hoe wij (Jay, papa en ik) in de snel stromende rivier gingen zwemmen. Natuurlijk helpen de woorden “AWAS! BENDUNGAN MAUT” niet mee voor de geestelijke gemoedstoestand.
Onze jeugdige overmoed werd gestimuleerd door de plaatselijk jeugd, die zich als vissen in het water bewogen. Zelfs Jay oversteeg zichzelf door met het doorzettingsvermogen van een klimplant de steile muur op te klimmen! Superstoer Jay! Nadat we van onze nieuwe vriend, die later de hele wandeltocht die we hebben gedaan in het dorp van Bukit Lawan, afscheid hadden genomen, was het tijd om voor de laatste keer deze dag over de wiebelende brug naar de overkant te lopen.
Naar bed gaan doen we natuurlijk niet na een goed diner, waarbij wij tekenen, kleuren en boven spelen of met Nederlandse mensen praten. Tegenwoordig zijn we wat dat betreft zonder schroom en praten honderd uit. Ja ik ook, ik heb mijn tong gevonden en gebruik die om de mensheid op de hoogte te stellen van onze avonturen.
De dag voor de echte jungle tocht zijn we naar de bat café gegaan. Volgens Eddy was dat een makkie, maar dat viel best tegen. Voor mij dan, want ik hou niet zo van wandelen…. Maar de bat café zelf was niet een opening in de rots waar je zo in kon lopen, nee het was een helse klim om er te komen. Maar als je dat hele stuk al gewandeld hebt en de zaklampjes op zak, keer je niet terug. Met geheister en geklouter, gingen we via een smalle gleuf naar boven. In de grot waren niet echt veel vleermuizen, maar hun poeplucht was er wel.
De tweede stop was de rivier en zoals al vaker blijkt is sepuluh menit in het Indonesisch (10 minuten lopen), al gauw 3 keer zo lang. Voor mij met mijn huppelbenen niet zo lang, maar voor Jay (en dus helpende mama) wel. Nadat papa met zijn huppelbenen de route was gaan verkennen, zijn we toch gegaan en maar goed ook.
Het was een paradijselijke plek, onder aan een trap en we hebben er heerlijk gezwommen en gegeten. Wel een sterke stroming hoor! Maar dan moet je gewoon opzij zwemmen. Niets aan de hand. Trouwens, onderweg zijn we ook nog in een verlaten huisje geweest. Zonde, want een mooi huis en een mooie plek. Je zou er haast een zomerhuisje van maken (en het is hier altijd zomer!).
Toen we thuis kwamen, waren de beentjes goed gesmeerd voor de jungle tocht voor morgen. Maar eerst wilde ik nog even wandelen (en zwemmen in de rivier, maar dat mocht niet van mama en papa.) Op de terugweg van het dorp, was er een leuk restaurantje met een leuk meisje (Windie), dus zijn we daar even gestopt.
Waar we ons dan niet bewust van waren, waren de donkere wolken die zich aan het verzamelen waren boven Bukit Lawang…. Een geluk bij de donder en de regen was het lokale restaurantje onderweg, waar we dan maar hebben gegeten, kijkend naar de indrukwekkende regen. Pannenkoeken en toast en papa en mama ayam pedas (hete kip, want daar houden ze van).
De manier om Prambanan te onthouden is simpel: Je denkt gewoon aan banaan en dan zet je er pram voor. Het klinkt dan ook een beetje als Apple-Penn”I got an banan, I got a pram, uh! Prambanan. Je krijgt het idee.
Weer deden we de truc met studentenkaart en KITA’s en weer kregen we korting. Bovendien kregen we deze keer een welkoms drink, we werden dus als echte gasten behandeld en dat was fijn!
Papa had al een gids geregeld, en die kwam letterlijk met een stoet in groen gestoken trainees. Jonge heren die graag ‘het vak’ willen leren. Het groen is natuurlijk om niet op te vallen tegen een groen grasveld, tegelijkertijd konden ze op een of andere manier hun ogen niet van Zelda afhouden….
Ik was moe dus wilde vooral gedragen worden of niet lopen, met als extra, niet in de zon. Al dat geloop is niet goed voor kleine beentjes.
Siebe daarentegen was helemaal geobsedeerd door de tempels en heeft ze allemaal aan alle vier de kanten van binnen bekeken. Gelukkig gingen we daarna met de trein de andere tempels bekijken en dat betekent niet-lopen.
Ik werd ruw uit mijn verrukkelijke overpeinzingen opgeschrikt toen bleek dat papa en mama er bij de eerste halte uitstapten en besloten de terugweg te voet (Jalan Kaki) te doen, nou! Gelukkig was dit een nog grotere legodoos en moesten er nog heel wat blokjes gestapeld worden. Wat een werk, maar ook wat ongelooflijk knap dat ze dat bedacht en gemaakt hebben vroeger.
Ik vond het ook mooi, maar was ook vooral blij toen we uiteindelijk iets gingen drinken. Het was namelijk heel erg warm! En dan zweet je veel; en we hadden het water gerantsoeneerd. We hadden eigenlijk niet voorzien 5 uur weg te zijn in tegenstelling tot de gebruikelijke 2-2-en-een-half uur. Maar wij nemen de tijd graag, en hebben korte beentjes (vooral Jay!).
Toen we uiteindelijk thuis waren had ik vooral honger en was blij dat papa en mama weg gingen en ik/wij met Zelda en Siebe zelf mochten gaan eten. Dzjez en ik hebben ons uit de naat gegeten van de kip en de frieten. Wandelen maakt hongerig.
Ondertussen ben ik verslaafd aan UNO en speel overal en te pas en te onpas, met iedereen die het maar wil. En weet je wat? Ik win vaker en vaker….
Mama en papa gingen eten bij de broer van de sultan. Die heeft een restaurant: Gadri Resto, maar daarvoor moet je het filmpje maar gaan bekijken!
Je zou haast zeggen dat het over een soort Api gaat, maar dat is niet zo. Het gaat eigenlijk over één van de meest actieve vulkanen ter wereld, Gunung Merapi. Als je een ding zeker weet, is dat hij elke vier jaar uitbarst en soms tussendoor ook!
Laatste keer zelfs met een lavastroom van 20 kilometer! Dat is veel lava.
Maar ja, als lava op Java wil je ook wel eens wat om je heen kijken en je blik verrijken. Bovendien, het klinkt raar, maar lava is erg vruchtbaar, het is daar groen niet te doen!
Het is wel gek om te beseffen dat onder de grond, huisjes staan waar mensen hebben gewoond. Dan leef je liever lavaloos.
(hier waren we niet bij hoor)
Maar eerst zijn we met regen opgestaan en na het ontbijt naar de Borobudur gereden met Imam, een ijverige, Engelssprekende toerismedeskundige en chauffeur van Ruma Mertua wat ‘Huis van mijn schoonouders’ betekent…
Met handige Zelda werd een studentenkaart in elkaar geflanst op de iPhone (want ze hadden de echte niet mee en zo zie je maar dat een Selena Gomez pagina bijhouden een mooie afgeleide oplevert: Photoshoppen dat het een lieve lust is), dat scheel samen met onze KITAS een hele slok op een borrel, of gewoon water, want de zon was al gaan schijnen.
Gebouwd in 700 om vervolgens vrij snel onder de lava van bovenstaande vriend bedekt te worden. Jammer denk je dan, maar eigenlijk is dat super, want daardoor konden ze het ergens in 1700 weer terug ontdekken, en met een heel stevig fundament, beetje bij beetje terug opbouwen.
De rode draad door de dag is op foto’s gezet worden en photo bombing doen (ongevraagd achter mensen opduiken als er een foto genomen wordt!). En we hebben er zelfs geld mee verdiend. Papa zei ‘berbayar 20.000 Rupiah!’ (maw: als ze mensen een foto van ons wilden maken moesten ze 20.000 betalen) En sommigen deden dat! Wel 100.000 verdiend op het einde van de dag, maar we gingen het niet aan iedereen vragen, want dat is zielig. Hoe dan ook, we zijn bijna wereldberoemd in heel Indonesia.
Het was een lange, volle, indrukwekkende, gevarieerde, verrassende dag, dus toen we ’s avonds gingen eten hadden ik en Jay spontaan geen trek en wilden heel graag naar bed. Echt waar!
En dat betekent om 6 uur in het vliegtuig naar Yokjakarta, maar nog veel vroeger op! Het mooie is dat we om 7 uur landen en om 8 uur al in het hotel zijn. In de ochtend dus, dus een hele dag voor de boeg!
Dat verhaal zie je in de film hieronder (we zijn naar Kraton, paleis van de sultan en het waterpaleis geweest), maar er zijn natuurlijk ook foto’s.
Bovendien kun je dan ook zien dat we lekkere Nasi Gudeg hebben gegeten en daar zat krechec bij en dat is eigenlijk gemaakt van hetzelfde spul als waar ze schoenen van maken…. alleen uren gekookt. Hier kun je een Nasi Gudeg uitleg vinden.
Bovendien kun je dan ook die aap zien waar ik me een hoedje van in de rondte ben geschrokken! Die was daar ineens, heel zielig aan een ketting. Voor op de foto. Nou niet met mij! Ik stond al aan de andere kant van de straat!
Bovendien kun je niet zien hoe lekker we gegeten hebben in de avond (papa en mama een originele rijsttafel (ook in die benaming op de kaart) en Siebe die lekker pittige sateh met rijst. Wij hadden nasi, maar dat werd meer een beetje neeni, want we hadden geen honger.
Bovendien regende het hartstochtelijk toen we in de middag eindelijk weer bij Rumah Mertua kwamen. Dat was superleuk om met paraplus rond te lopen (en die lagen bij bosjes klaar voor het hotel) en zwemmen (want nat ben je toch al).
Bovendien zie je mij dan ook niet niet zwemmen, want ik had geen zin. En daar heb ik speciaal een ‘geenzingezicht’ voor. Dat begint met een hoofdknikje naar beneden…
Dat verhaal laat ook niet zien dat we heel veel UNO gespeeld hebben en dat IK altijd wil winnen en als ik niet win dan word ik HEEL BOOS! Andere mensen mogen namelijk nooit winnen, want dat is niet de deal. En zo is het!
Eindelijk was het dan zo ver.
Die grote hoop ging er aan! Wat er ook gebeurd. OK, eerst nog wachten op SIEBE en ZELDA!!! Maar als die er zijn heb ik in rap tempo alle kados uitgepakt. Nou ja, dat was het plan. Uiteindelijk mochten de anderen er ook een paar uitpakken.
We hadden zelfs kado’s uit verre landen. Mama had van Truus een pakket mooie tijdschriften en wij hadden PLAYMOBIL! van Stephanie gekregen. Het waren motors, met mannen met een helm en echt haar. Zo lang onderweg, helemaal speciaal voor ons! Wij zijn daar enorm blij mee!
Het kan niet op, maar uiteindelijk waren ze allemaal uitgepakt en konden we luieren op onze lauweren.
Van Truus..…en van Truus
Siebe kon niet rusten, want die moest onze nieuwe Hotwheels baan in elkaar zetten. Die had een gebruiksaanwijzing met drie mogelijkheden, dus dan moet je eerst die keuze maken. Gelukkig weet Siebe hoe het moet, want die had zelf ook Hotwheels. Hij heeft zelfs een paar hele mooie autootjes meegenenomen.
Toen we klaar waren, was het ook bijna half twaalf en moesten we mooi gemaakt worden voor onze kerstbrunch in het Intercontinetal hotel. Daar waren we vorig weekend ook geweest, dus we kenden de weg.
En het zwembad, want daar waren we ook. Eerst moet er natuurlijk heel veel gegeten worden en eten kan ik altijd. Zeker als er zo veel keuze is dan moet je echt alles proberen en dat heb ik gedaan. Voorgerechtjes, hoofgerechtjes, vleeswaren, frietjes, kipnuggets, chocoladetoetjes, fruit en appelsap.
Een echt Walhalla en voor mama ook, want die weet ook niet waar ze moet kijken of wat ze moet kiezen. Van oesters (in alle maten) tot pasta, tot vis, tot Pork station, tot Indisch, alles passeert haar bord en smaakpapillen. Maar goed dat de sportschool om de hoek is en bootcamp twee keer per week. Dan mag dat.
Tussendoor is er een koor en een kerstman, maar die is denk ik niet echt, of hij heeft te lang op het strand gelegen. Hij is bruiner dan een Piet! Bovendien hangt zijn baard er ook wat losjes bij. Niet dat dat erg is hoor, zolang je maar snoep en zo krijgt, dan geloof ik in alles!
Ik was onder de indruk van het koor, dus toen zij weg waren en wij de kans kregen de microfoons te pakken, lieten we dat niet onbenut. Fijn hebben we mooiste kerstliederen gezongen. Uit volle borst en met volle overtuiging!
Wel grappig dat op het moment dat we willen gaan zwemmen (ik heb niet superveel gegeten, maar precies genoeg voor wat ik nodig heb (’s avonds ga ik gewoon nog een paar boterhammen eten ;-))), barst er een regenbui-van-heb-ik-jou-daar los! Met bakken. Maar voor ons is dat geen probleem. Jammer genoeg waren er een paar zenuwachtige mannetjes-van-het-hotel-met-een-stoere-polo-aan die het eng vonden, dus moesten we weg….
Niet te lang gelukkig, want toen de regen minderde, was papa er ook bij en dan durven ze er ineens niets meer van te zeggen! Puh!
We hebben lekker gek gedaan en gespeeld. Mooie afwisseling na het eten en drinken. Zo wordt het een mooie voldane dag, waarbij ik op een gegeven moment hele zware oogleden krijg. Maar op de schoot van mama en Zelda is dat helemaal niet erg!
Het een na het andere kado komt binnengewaaid, waardoor er een berg kado’s ontstaat die onaangeroerd moet blijven liggen tot eerste kerstdag. Dat laatste is natuurlijk het zwaarste. Hoe kun je dat in vredesnaam weerstaan. Een kerstboom met een piek die ik er op heb gezet, vol met ballen en wadend in een zee van kado’s.
Ik heb daar duidelijk minder moeite mee. Ik leef meer in het nu en zie alleen maar een berg papier. Er komt vanzelf een tijd waar ik het uit kan en mag pakken. Tot die tijd geniet ik al zingend en babbelend van het leven (vraag me net af in welke mate babbelen te maken heeft met Babylon (één van de mooiste plaatsnamen uit de oudheid). Ik ben misschien niet een geboren babyloniër, maar ik kan er vandaag de dag best voor doorgaan. Ik heb namelijk een praatspurt doorgemaakt sinds er op school en thuis meer aandacht aan wordt besteed, en mijn brein het nu wel tijd vond).
Dus qua kado’s wacht ik dus geduldig af.
Twee andere kados kwam letterlijk binnen vliegen. We zagen zelfs hun vliegtuig toen we er naar toe reden en dat is geen grap. Kijk maar goed naar de foto, dan kun je zien dat het een blauw toestel is met KLM op de staart. Wij konden het zien!
We waren heel blij dat we ze zagen, ook al duurde dat behoorlijk lang omdat de meneer en mevrouw van de KLM papa niet konden vinden en hun telefoon beltegoed op was…. Daar gaan ze dan net even de mist in met het woord “Reliable”.
We waren misschien ook wel een beetje uitgeëxiteerd, want we waren er al dagen mee bezig. Elke avond werd afgeteld.
Maar goed, een lang verhaal kort, we zijn weer bij elkaar en dat betekent de hele dag lekker in het zwembad, waarbij Siebe en ik elkaar aftroeven met wie er het beste salto’s kan doen (ik dus). Voor de rest is een dag nooit lang genoeg voor Siebe als het woord zwembad in de dag zit. Die kan tot aan het eind der tijden in het water dobberen, totdat zijn vel er uit ziet als de rimpels van een 213 jaar oude man, na een pedicure behandeling.
Ik kan met gemak net zo lang in het zwembad zijn, of moet ik zeggen “Ik kan net zo lang in het zwembad zen” want water maakt me rustig. Ook al kan ik niet echt zwemmen, ga ik al weken zonder bandjes het water in. Berekenend en vertrouwd, weet ik precies hoever ik van de kant ben en hoe lang het duurt voordat ik er onder water moet komen. OK, ik kan ook best even de neus boven het wateroppervlak uit pieken voor een teugje adem, maar alleen als het echt nodig is.
We hadden ook nog een geweldig ballenbakmomentje. Siebe ging papa halen om naar de grote verrassing te komen kijken. Hij kon ons niet vinden!
BOE! Hahaha, we hadden ons verstopt onder de ballen! Supergrappig, want papa was echt in grote paniek! Dat kon je wel zien.
Siebe en Zelda mochten aan het eind van de dag op papa zijn brommer rijden. Dat is dan weer één van hun grote kado’s. Als je 14 slash 17 bent, is op iets rijden waarbij je niet zelf hoeft te trappen of af te zetten, magisch. Papa had dat met de rode Gülner trekker uit 1932 van Pake Geert (zei hij). Met 14-en-en-halve kilometer per uur door het weiland, ik bedoel maar, tijden veranderen….
Maar goed, aan het eind van de dag staat er nog steeds die kerstboom met kados er onder. Morgen is het zo ver…. Nog een nachtje slapen en dan mogen we ze, als Siebe en Zelda op zijn (al die randvoorwaarden) openmaken.