Dat is een woord dat ik ik graag nog eens wilde opschrijven.
Uitspreken lukt me echt nog niet, maar dat heb ik ook met het woord weps en rodondenderonstruikje, maar dat komt nog wel.
Ik besefte me dat ik al een tijdje niks geschreven heb en zoals altijd komt dat door ons boeiende bestaan waarin we op de missie van het verzamelen van verhalen, indrukken en belevenissen zijn. Daar kun je nooit genoeg van hebben. Net als met legoblokjes: Hoe meer blokjes je hebt, hoe mooier en hoger de gebouwen zijn (dit is ongetwijfeld een verdwaald DNAatje van papa dat nu even zijn kop opsteekt, maar ook als ik er dieper over nadenk, zie ik daar de toegevoegde waarde wel van in, dus).
In ieder geval is Truus geweest en hebben we een cadeau gehad. Ik gebruik bewust niet een verkleinwoord, want ondanks het feit dat het een modeldubbeldekkertje is, is de impact van het cadeau groot. Een soort talisman. Voor mij één en voor Jay, dus beide tevreden.
Ik ben eigenlijk altijd tevreden, maar de laatste tijd besef ik me dat ik het schatplichtig aan mijn leeftijd ben zo nu en dan nee te zeggen en in een soort recalcitrantie op de grond val en begin te brullen. Dat is belangrijk, want je moet alle kanten van je persoonlijkheid ontwikkelen. Ook als het niet een ‘natuurlijke’ reflex is, want gedachtig het aloude credo: “Niet poetsen geeft dofheid en veel poetsen slijt” zoek ik de gulden middenweg.
Hoogtepuntje was dan weer het spelen met klei (waar een paar dagen later nog steeds restanten in het profiel in Dzjez zijn schoenen teruggevonden is), want met klei creëer je een beetje je eigen wereld, bovendien voelt het lekker in je handen. Voordeel is dan weer dat klei niet kapot gaat, dus je kunt er in knijpen, mee draaien op duwen zoveel je wilt.
Oh ja, we hebben een nieuwe koelkast, die is lekker groot en heel zuinig, zegt papa, en daarmee heeft hij eigenlijk alle redenen samengevat om de oude aan een heel goed doel te schenken 😉
Tot slot, van deze ‘miscellaneous’ blog, wat overigens van het latijnse woord miscellus is afgeleid, dat gemixt betekent, en dus heel goed past bij dit verhaal en bovendien ook in Sibe zijn vocabulaire past, want hij studeert onderandere Latijn, de groene koptelefoon, die eigenlijk van Jay is: Als je een koptelefoon opzet, hoor je niks van de buitenwereld.
Het fascineert me al tijdje: Hoe kan een auto rijden?
Dat zijn van die dingen waar je eigenlijk niet bij stilstaat, omdat ze gewoon zijn, of gebeuren. Zo stap ik van voor mij geboorte al in auto’s, hoor een broem en we zijn onderweg.
Dat geldt voor veel dingen: Je draait aan de kraan en er stroomt water uit, je drukt op een knop en je kunt de hele wereld bekijken via een schermpje van pakweg 240 mm hoog en 169,5 mm breed, je stapt in een logge koker van 63,7 meter, die na een pantomime van de stervende zwaan van twee dames in een uniform en een lampje “Fasten seatbelts” de lucht in gaat.
En dat zijn ‘dingen’, want als je vervolgens nadenkt hoe het komt dat we vanzelf ademen en kunnen praten, borrelen er meer vragen op dan antwoorden. Het wordt nog interessanter als je probeert bewust op een bepaalt ritme adem te halen, want je zult merken dat dat eigenlijk helemaal niet meevalt. Dat is namelijk het onderbewuste, die doet allemaal dingen waar wij, het bewuste, ons helemaal niet bewust van zijn. En toch denken we dat we alles onder controle hebben….
Terug naar de motor. De bron van de (onder)bewuste gedachtenstroom (en feitelijk de bron van mijn woordenstromen in de blog). We kwamen terug van de crèche en deze keer kwam mama er niet zo gemakkelijk vanaf. Het was mooi weer (“het regent”), we waren op tijd (“jullie moeten nog eten”) en papa was thuis (“dan zijn we klaar als papa thuis komt”), dus elke reden om het niet te doen, was ‘gecovered’.
Mama ging de kap open doen en papa kwam al naar buiten om het te filmen (niets in ons leven moet ongedocumenteerd blijven) en het vervolg kun je beter even bekijken.
Zo zie je maar. Als het begin er niet is, kom je nooit bij het einde. Gelukkig ging de kap met vereende krachten toch nog open (en dan heb ik het nog niet over het dichtdoen) en zagen wij daar de motor liggen. Het mysterie van voortbeweging, de bron van gebrom.
Hij zag er eigenlijk vrij ongevaarlijk uit. Wat zwart en grijs, maar hij was wel warm. Dat voelde je op afstand. Daar mochten we dan ook niet aankomen, wat het natuurlijk des te intrigerender maakt, want dan wordt het pas interessant.
Ik weet nog niet wat ik precies wat ik ga worden als ik groter ben, maar het zal iets worden met nieuwsgierigheid. Dingen uitzoeken die je nog niet weet en dan moet je soms wel met je handen aan warme dingen zitten. Of dingen doen die niet mogen. Dat hoort er dan beroepshalve bij 😉
Drs in de Nieuwsgierigheidkunde. Het wordt tijd dat die richting opgestart wordt.
Siebe en Zelda kwamen dit weekend en er was een vriendin van Zelda bij. Marie. Dat was even wennen, maar na 3, seconden was dat ook al weer achter de rug en konden we als idioten door de kamer rennen onder het slaken van luide oerkreten. Dat hoort er nou eenmaal bij.
De volgende dag gingen we met de hele bende naar Bussum. Siebe, Zelda, Ik, Jay, Marie en papa. Je zag de mensen kijken en wij keken terug en hadden de grootste lol! Winkel in winkel uit, en dat is gewoon leuk, daar hoef je niet voor naar een speelpark.
’s Middags gingen mama en Dzjez en ik en mama op El Bakfietsio naar de Nederlandse Kampioenschappen Palingroken in Kortenhoef. Ik weet niet eens wat een paling is, laat staan dat ik had bedacht dat er kampioenschappen van bestaan. Zie je! Dat is wetenschap.
Bovendien vind ik gerookte paling lekker. Ik kreeg een hapje van mama en dat was genoeg om de volgende hap op eigen wijze te nemen door de hand van mama te pakken en een grote hap te nemen. Ik kom daar mee weg door vervolgens met grote bruine ogen en volle wangen schattig naar boven te kijken.
Nou moet ik zeggen dat mama ook een kampioen is hoor, want ze is er helemaal naar toe gefietst. Ook toen ze er naar 30 minuten achterkwam dat ze nog maar halverwege was. En dit was voor de wind…
Siebe, Zelda, Marie en papa gingen naar het Museum van beeld en geluid. Ook een goeie manier om de oorsprong van vanzelfsprekendheid te laten spreken. In een museum leer je altijd wat bij, dus dat moeten we blijven doen. Later wordt ik ook wetenschapper. En brandweer, want dat is pas een gave baan! In een brandweerauto rijden en vuren blussen met extreem uit de voegen gebarsten waterpistolen! Daar krijg je dan nog voor betaald ook.
Ze hebben mama daar ook nog gezien, maar niet in het echt. Op de televisie! Dat is toch ook wat? Je kunt nergens naar toe, lijkt het, zonder haar tegen te komen. Ze was toen nóg jonger dan nu. Ik denk niet dat ze toen ooit al eens aan ons had gedacht. En nu zijn we er.
Palingroken. Eerst dacht ik nog “Roken is slecht, laat staan een paling” maar dat was voordat ik al die rokende tonnen zag en tevreden kijkende palingen. Het zijn de palingen die gerook worden en de kunst is om de juiste samenstelling te hebben van de rook en de duur van de paling in die rook.
Het resultaat is verbluffend: Palingen die er uitzien alsof ze een gouden regenpakje aan hebben en een smaak die een kruising is tussen het plakjesworst, ham en het binnenste van een kibbeling. Mama keek heel blij en nam een pondje mee (-je staat er achter om mensen het gevoel te geven dat ze niet te veel hebben gekocht. Thuis wordt de -tje vaak weggelaten en is een pond een POND).
In ieder geval waren opa en oma Smulpaap er ook. Die laten namelijk geen kans onbenut om lekker te eten, zeker niet als het in de buurt is en ZEKER niet als hun favoriete kleinzonen er ook zijn. Maar goed, toe alle palingen gerookt waren en de prijzen bijna verdeeld, was het tijd voor ons om te vertrekken. Met een ferme duw in de rug, ging mama tegen de wind in op en we zijn thuisgeraakt.
Ik had ongelooflijk veel geluk gisteravond.
Papa had ons met alle rituelen van dien, en een verhaal van Boris Boer op vakantie op de koop toe, in bed gestopt maar terwijl ik naar mijn slaapkamer liep, had ik uit mijn ooghoek gezien dat er een iPad op de poef op de overloop lag….
Het is natuurlijk zonde om die te laten liggen, dus toen ik om 10 voor 10 beneden kwam omdat ik nog een kruis op de aftelkalender moest zetten, was ik denk ik iets te wakker en te monter. In ieder geval liet papa me niet alleen naar boven gaan… Het was dus een kwestie van tijd, en inderdaad, hij zag de iPad, maar was niet boos en nam hem mee….
We hadden een goed idee deze ochtend, naast wakker worden, het licht aan doen, poepen om 6.50 uur, namelijk naar het bos gaan om te wandelen.
Ik lag al vanaf een uur of 7 te zingen in mijn bed, dus ben klaar voor elk avontuur, dat begint met opstaan! Gevolgd door een flesje melk en een boterham. Daarna zien we wel verder, dus het vooruitzicht van bos past goed in dat plaatje.
De buggy bleef thuis, dus ben ik aangewezen op de benenwagen die eigenlijk heel goed functioneert. Aangekomen moest ik even op gang komen, maar ik heb uiteindelijk alle paddestoelen gezien en bewonderd die Dzjez ook heeft gezien. Alleen een paar minuten later.
Ik had een stok gevonden. Dat is niet zo maar een stok, maar een bijzondere staf. Het is namelijk de oorspronkelijke staf van sinterklaas. En ik heb hem gevonden, dus mocht ik er meer rondlopen.
Papa hield hem vast terwijl ik verstoppertje speelde. Ik was onvindbaar voor iedereen, maar zag het niet zitten om een nacht in het bos te verblijven dus, dan roep ik PIEP en dan kan mama me makkelijk vinden. Papa vinden daarentegen was dan wel een opgave. Want wij zoeken ook op peuterhoogte, niet op hoog-in-de-boom-hoogte, en daar zat hij! Na vereende krachten, zaten wij daar ook en hadden een mooi uitzicht!
Zoals gezegd, ik schuw het avontuur niet. Ik klim met papa over het hek en heb geen idee waar ik naar toe ga, zodat ik in de schaduw onder de bomen iets zie bewegen. Niet één maar wel 6 koeien staan daar op hun gemak bladeren van de bomen te trekken en op te eten.
Papa is duidelijk helemaal niet bang voor koeien, want die loopt er gewoon naar toe. Met mij op zijn heup. Hij vraag wat zijn dat? En ik zeg “Koe”, hij vraag wat zegt een koe? En ik zeg “Boe” en zonder verdere plichtplegingen, stapt hij op ze af en begint er één te aaien!
Ik kijk met grote ogen toe en aai de koe niet, maar vind ze er wel erg mooi uitzien. Van die grote ogen aan de zijkant van hun kop, die je eigenlijk best wel een beetje onnozel aankijken. Ik denk dat ze eigenlijk niet eng zijn, maar houd voor de zekerheid nog een slag om de arm.
Een andere belangwekkende ontdekking is dat een koe geen “boe” zegt, maar “moe-hoe”. Een koe heeft helemaal geen lippen om een “B” te maken en ik kan het weten! Vanaf nu zeg ik dan ook “MOEOEOEOEH”.
Uiteindelijk zijn we nog in de speeltuin beland en ben ik van een betonnen pijp gesprongen. Papa en mama maken zich daar geen zorgen over want ze weten dat ik goed land. Ik kan daar uren spelen en ben dan ook uitermate onblij als er geopperd wordt, weg te gaan. Opperen betekent overigens altijd dat het geen optie is, hoor! Gelukkig was er drinken bij de auto en had ik dorst.
Jeej! Ik hoefde niet naar bed, dat hoorde ik papa en mama zeggen, dus ben ik al groot vandaag! Het is mooi weer en zondag (dat is dubbelop) dus hebben we besloten eerst te gaan fietsen/lopen met papa (dat was al weer heel lang geleden) en daarna nog naar ons zoetwaterstrand! Goed plan zeg ik!
Ik ben samen met papa helemaal tot in het diepe geweest en heb bijna los gezwommen, terwijl Dzjez bij mama op de arm mee was. Die heeft iets met donker water, waterplanten en onzichtbare vissen die in zijn tenen kunnen bijten. Ach, daar groeit hij vast overheen.
Geef mij maar speeltuin (en pretparken, ballenbakken, echte zwembaden, en zo voort) daar kan ik me uren vermaken. Dus hier ook. Lekker klimmen en glijden en praten met de kindjes terwijl papa op zijn rug de wolken aan het tellen is. Ik roep hem regelmatig om hem op de hoogte te houden van mijn activiteiten. Dan komt mama ook nog langs met Jay-Nol altijd lol! en is het eigenlijk tijd om naar huis te gaan.
Nog even langs de buurvrouw en dag zeggen tegen Dunky, want die gaat vanavond al weer weg en dan eten, met SiebeZelda bellen, tandenpoetsen, voorlezen, knuffelen en naar bed!
Geen iPAd deze keer (alhoewel ik dat wel van plan was, want er lag er een naast het bed van mama, maar ik werd op heterdaad betrapt en kon het net niet ongemerkt terug redden naar mijn kamer, maar goed) en lekker slapen.
De buurvrouw heeft een hond. Een kleintje, maar toch, hij behoort desalniettemin tot de Canis lupus familiaris, oftewel een ondersoort van de wolf (dat is waar lupa voor staat). Hij heet bovendien “Dunky”.
Het is niet haar eigen hond, maar van haar vrienden (die in een groene auto rijden, volgens Dzjez) en zij past op hem, maar de consequentie is dat we moeten kiezen of delen. Of we gaan naar de buurvrouw en moeten haar ongebreidelde aandacht (tot aan het eten) met Dunky delen of we kiezen voor de muur tussen ons en de buurvrouw.
We kiezen voor delen en dat pakt goed uit. We gaan samen met haar wandelen op blote voeten, want dat kan (ik mag zelf in mijn onderbroek, want “We gaan achterlangs” zegt de buurvrouw en daar mogen ze duidelijk de onderbroek zien. Daarbuiten is dat natuurlijk volledig uit de boze).
Het gevolg van veelvuldig hond-in-de-buurt is dat onze angst een heel klein beetje aan het afbrokkelen is, waardoor ik binnen een straal van 1 meter van Dunky durf te komen, maar Jay, Jay is een ware held… Maar dat is voor morgen.
Eerst is het tijd voor een ander fenomeen.
Papa had me er goed op voorbereid. “Als we naar Bali gaan, moeten we naast een paspoort, ook 2 kleine prikjes hebben”. “Maar prikjes doen AU” zei ik nog. “Nee” zei hij “deze prikjes niet” en dan geloof ik hem ook.
Ik moest eerst ook nog naar Janneke om mooi te praten, plus papa had me ook niet uitgelegd wat we gingen doen. Ik heb niet direct een beeld bij het woord prikje, dus is het maar beter zo.
Janneke was weer erg leuke en goed. Ik kan het telkens beter en ik doe het vooral voor Janneke. Die gaat gezellig bij mij op de grond liggen als ik dat doe. Helemaal mijn niveau. Dus toen ze zei “klaar” en ik een sticker had, stond ik al bijna bij de lift. Maar we gingen niet naar huis. We gingen naar de GGD. Als je dat snel leest, staat er iets heel anders, en dat was een beetje de gedachte die me vervulde.
Het gebouw zag er duidelijk uit als een schaap in wolfskleren (lupa). Aan de buitenkant zag het er mooi uit, maar van binnen voelde je al dat er iets niet pluis was. Vooral toen papa en Dzjez binnen kwamen en er een assistent opgetrommeld werd voor de “kleintjes”…
Ik was eerst met papa en Kenny naar een huis gaan kijken om de hoek en ik moet zeggen…. Het zag er goed uit. Vooral het speelhoekje van de kindjes. Daar heb ik lekker mee gespeeld! Ik hoop dat Kenny het kan krijgen, want dan kan ik er vaak spelen met John en Seppe.
In ieder geval, daarna, als de wiedeweerga naar de GGD bij papa achterop. Dwars door Naarden, dwars door Bussum. Toen we de behandelkamer binnenkwamen zag ik Jay al zitten met grote ogen en een lichte zenuwtrek bij zijn rechterbovenlip.
Ik mocht eerst. Shirt uit en met ontbloot torso mocht ik op een stoel gaan zitten, terwijl ik links én rechts een spuit in mijn bovenarm verdween. Dat was een goeie reden om eens heel hard te….. lachen!
Echt waar, het deed geen pijn, ik voelde het niet en het was voor een goed doel: Bali! (en 2 mooie pleisters en een übergrote sticker op mijn arm).
Ik anticipeerde met grote vreze op wat komen ging en liet al mijn potentiële, latente en actuele angsten los. Twee van die types met spuiten, klinkt als een slecht filmscenario, dus ik zorgde er voor dat ik ruim van te voren al HARD aan het huilen was.
Uiteindelijk deed het geen pijn, maar als je een keer bezig bent, moet je ook geen mietje zijn en het drama wel volhouden tot aan het eind. Dus dat deed ik. Ondanks de pleisters en de plakplaatjes.
Eenmaal thuis was alles weer helemaal ok en stond er bovendien een verrassing. Beppe was er! “Beppe” roepen Dzjez en ik in koor en rennen naar binnen.
Papa was er ook al, die was omhuld in een stofwolk, als en idioot van de GGD naar de BVR geracet op de fiets. Dampend en stomend stond hij al binnen toen hij zei “even een korte broek aan trekken. Deze plakt” en dat snap ik.
Beppe haar bezoek was van korte duur, want ze was op doorreis naar haar huis (ze had opgepast bij Philine en Lauren). Maar met Beppe is zelfs een kort bezoek een bezoek!
OK, terug naar morgen (of eigenlijk vandaag).
Nadat we eerst naar Hilversum zijn geweest om boodschappen te doen en zo, mochten we na en aantal emotionele buien (het zal in de lucht hangen, een beetje drukkend weer en de overgang van zomer neer herfst en het feit dat ik al bijna 4 ben en altijd net een half uurtje te vroeg wakker ben), mochten we nadat Jay zijn middagslaapje had gedaan opnieuw naar de buurvrouw…
Ik heb er eens goed over nagedacht, maar denk dat ik ik het slachtoffer ben van angstprojectie. Ik neem de angst van Dzjez automatisch over, omdat hij de oudste is en ik denk dat het zo hoort. Niets is minder waar, kom ik achter. Als ik vergeet dat de angst er is, zie ik alleen nog maar een schattig klein hondje met de naam ‘Dunky’ (wat op zich duidelijk een naam is die niet uit vrije wil is gekozen door de de hond in kwestie, denk ik. Dat zie je ook een beetje aan de manier waarop hij kijkt en loopt, maar dat terzijde, misschien noemt hij zichzelf in zijn hoofd well Bill of Tarzan of Wodan ter compensatie), dat geknuffeld wil worden. Dus dat doe ik dan ook. Aaien, maar dat is het begin.
We zijn ook weer een blokje gaan wandelen met Dunky en de buurvrouw, allemaal onderdeel van de ‘inhonderingscursus’, stap voor stap wordt de kloof tussen angst en ambitie kleiner.
Daarna zijn we , op mijn aandringen, naar de speeltuin gegaan. Volledig gemobiliseerd. Ik op de fiets met nieuwe zilveren zijwieltjes en Jay op de driewieler. Ik met wat dat betreft nog wel eens serieus met hem oefenen, want het concept trappers is nog niet helemaal een vast onderdeel va zijn motoriek. “Komt tijd komt raad, komt vlijt komt daad”, zeg ik.
Ach het gaat eigenlijk alleen om de foto’s, dus praat ik er gewoon een beetje omheen. Dat doe ik ook als ik papa aan de telefoon heb. Ik weet dat je moet praten, dus maak ik geluiden die klinken alsof ik praat. Het is een speciale taal, die eigenlijk goed begrepen wordt door Dzjez en een beetje door Zelda. Het is Jaynees. Ik denk dat ik dat ga cultiveren, want dan heb ik later een geheimtaal.
Nou, dan doe ik het ook een beetje. Gewoon wat praten, alhoewel in mij geval praten betekent van het allerhoogste wijsneusniveau. Daar kun je trots op zijn, vind ik. Ik vergeet dat eigenlijk altijd en dat is logisch, want ik praat zoals ik praat en kan het nergens tegen afzetten. Ik doe dan ook goed mijn best om niet in broeken te plassen en dat gaat goed. Ik heb nog een paar maand en ik zie dat met vertrouwen tegemoet.
Dat wordt nog wat, dan ben ik de enige op de crèche! Dan moet ik de Hoff-eer hoog houden. Gelukkig zijn Abe en Sepp en Savjee er ook nog. Dan zijn wij straks de oudsten!
Dat is het.
Op het moment dat zo’n fotootje op de schoorsteenmantel staat ziet het er uit als een mooie foto. “Schattig” zou je kunnen zeggen, “lief” of “ze staan er goed op”, maar als je ze dan ineens op een paspoort ziet staan, krijgt het ineens een compleet andere lading. Het lijkt of we serieuzer kijken, meer intens en vastberaden.
Logisch, want we wereldburgers, met een soort vergunning om ver buiten de landsgrenzen te reizen. Zelfs verder dan België. Ja helemaal tot aan Bali. Niet alleen ziet je foto er dan anders uit, maar je schudt ook een stuk onschuld van zich af.
We hebben meer stukjes onschuld van ons afgeschud, want we zijn met de buurvrouw, op blote voetjes (dat vindt papa goed, en hij diet het zelf ook, dus) gaan wandelen met….. het hondje. OK, OK, op gepaste afstand, anderhalve meter, maar toch, het was wandelen en we deden het samen. Je moet ergens beginnen.
Ik moet zeggen, zo’n paspoort opent mogelijkheden, We zijn namelijk ik naar IJsselstein geweest om Duplo blokken te halen die mama via marktplaats had gevonden. Kunnen we muren bouwen, maar het zijn er nog niet genoeg om geen ‘argumenten’ te hebben met Dzjez. Gelukkig komen er nog meer aan….. Nog hogere muren.
En op de terugweg naar de AH en ik in de kar. Met een paspoort kun je dus ook gewoon winkelkarrenrijden en je weet nooit wanneer dat van pas komt.
Thuiskomen was anticiperen op de komst van opa en oma, want dat hadden ze gezegd in het zwembad afgelopen zondag. Dat zijn zaken die ik niet vergeet en met een nachten-aftel-app in mijn hoofd houd ik dat onder controle.
Daar zijn ze dus (ze waren er ook al bij het hondenuitlaatgebeuren, maar Jay en ik waren in dat deel van deze blog te veel bezig met heldhaftig zijn) en wij waren blij. Een erg belangrijk onderdeel van het bezoek is buikenblazen. Dat is een vergeten traditie van de voorvaderen van de familie van opa. In essentie komt het er op neer, dat je buik ook wel eens ge-BLLLLRRRRRLLLLD wil worden. En laten we eerlijk zijn, zie wil dat niet.
Een ander belangrijk onderdeel van het bezoek waren 2 mysterieuze papieren zakken… Dat doe je toch niet! Hoe kun je nu twee papieren zakken meenemen en gewoon ergens neerzetten en vergeten dat ze er zijn, terwijl er 2 cadeaujunkies rondlopen.
Maar, hoe langer je wacht hoe groter het plezier (wie dat bedacht heeft) en dat was het. Want wat bleek, er zaten twee blauwe, stevige wintertruien in. Laat de winter nu maar komen! OK, na Bali alwaar we eerst eens een goed zweetdruppelspoor achter gaan laten.
Maar daarvoor moeten we nog een behoorlijk aantal kruizen krassen op de Bali-aftel-kalender. Met veel kleuren en variaties op het thema. Dat past bij Bali. Kleien ook.
Eten was tumultueus. Lange en avontuurlijke dag, maakt balorig. Ze;fs Jay, wie had dat nou gezocht achter dat mannetje… 🙂 Voordeel voor mij is dat hij de aandacht wat afhaalt van mij en ik haast ongemerkt 2 bekers water op kan drinken! Ach ja, uiteindelijk heb ik bijna alles nog opgegeten,
Bij mij ging het voornamelijk om kaas. “Kaas” een woord dat ik gewoon uit kan spreken. Ik schrok zo, dat mijn tong er tijdelijk van in de knoop schoot! Tijdelijk hoor, want ik ben een echte praatgraag. Ik zeg heel veel, ook al verstaat niet iedereen precies wat ik zeg.
It wie wer in moaie dei
en de wrâld leit oan ús fuotten
Niet alleen zijn we gaan zwemmen bij ons zoetwaterstrandje (daar heb je alles al over gelezen), we zijn zondag ook nog naar de verjaardag van Nynthe geweest bij Beppe thuis. Daar wonen ze tijdelijk, totdat ze bij ons in Naarden komen wonen. Samen spelen is zo vanzelfsprekend, dat het lijkt alsof we elkaar ons hele leven al kennen (wat technisch gezien vanuit mijn perspectief ook zo is natuurlijk en van Jay). Fijne vrienden.
Maar we hadden meer te doen!
Dansen op K3, bijvoorbeeld. Nu bekend is dat ze uit elkaar gaan, beleeft Zelda een soort revival van de K3 muziek en komen wij er achter dat zij eigenlijk alle teksten uit haar hoofd kent. Dat is fijn voor haar en betekent bij gevolg, dat wij ook doordrongen worden.
Ik vind dat niet erg, want ik hou van dansen en op K3 kun je dat goed. Laat me daarnaast lang genoeg luisteren en ik zing vanzelf mee!
Sowieso is er altijd wel een liedje dat in mijn hoofd afgespeeld wordt. Ook ’s ochtends en soms al voordat ik wakker ben. Dan zing ik “Visje, visje” of “Slaap kindje slaap” (wat in de ochtend natuurlijk niet echt gepast is), maar zo ben ik. The Jay-way.
Oh, ik heb ook iets geleerd. Je moet met je handen uit de kastjes blijven waar de eieren in staan en zeker niet aan het doosje komen. Voor dat je het weet ligt het op de grond en kom je er achter dat eieren minder hard zijn dan je in eerste instantie zou denken…
En ik heb iets met water. Vooral als ik kleren aan heb, dan heeft het een leuke extra dimensie.
Ik was nog niet klaar met K3,
Aangezien ze uit elkaar gaan, ik ook 3 ben en ze een afscheidstour gaan doen, moeten we kordaat en snel zijn. De beslissing is dan ook dat mama, ik en Zelda samen naar een optreden gaan. Mama moet natuurlijk wel verplicht een cursus K3 liedjes doen want daar met je mond vol tanden staan en niet vol muzieknootjes, is uit den boze.
Nee “Kuna Kuma Hey”, “Alle kleuren van de regenboog”, “Wie heb ik aan de lijn” en “Bij de politie” worden dagelijkse kost. Gelukkig is het pas in maart en dan ben ik 4. De kalender met die kruisjes er op moet nog maar even wachten…
Ik doe om de haverklap een koprol. Dat heeft Zelda me geleerd. Zelda leert me ook goed praten. Echt, als Zelda geweest is, is mijn vocabulaire een stuk groter. Zij heeft geduld en voelt me goed aan. Fijn zo’n grote zus.
Gelukkig waren ze er maandag nog en hebben zo ons samen met papa naar de crèche gebracht. Daar konden we nog even stevig en uitgebreid knuffelen, maar toen we thuis kwamen, miste ik ze wel. Ella en Iebe.
Ik heb een tijdje gedacht over de titel van dit stukje en het had van alles kunnen zijn, maar is dus knuffelaars geworden. De reden is dat knuffelen een rode draad is in mijn en ons leven.
Siebe houdt er enorm van en knuffelt vaker met papa dan dat hij naar de wc gaat (hij moet natuurlijk veel knuffels inhalen), Zelda houdt van knuffelen met mama en papa en met iedereen met een hoog knuffelgehalte (met name ik en Dzjez) en dan is er nog het onderlinge knuffelen en de knuffels op de crèche.
Nou kun je vanallusennogwat zeggen over knuffels, maar ze zijn erg gezond. Volgens het boek van Dick Swaab (ik moet het nog lezen hoor, en leren lezen, en echt goed praten feitelijk ook, alhoewel dat telkens beter gaat. Met name voor de mensen die me kennen en in staat zijn mijn klanken te vertalen naar woorden. De intimi zogezegd) ‘Je bent je brein’, want als je knuffelt komt er oxytocine vrij via de hypothalamus en schijnt een belangrijke rol te spelen bij het verbinden van sociale contacten met gevoelens van plezier.
En laat plezier nou precies datgene zin wat ik het allerbelangrijkste vind in de hele wereld! Gelukkig vinden Wouter, Julia, Dzjez en Cato knuffelen ook belangrijk.
Knuffelen kun je ook met geblazen bellen uit debellenblaasdoos. Die kun je achternazitten en hopen dat je ze pakt!
Bovendien zijn de achterburen 60 jaar getrouwd en zij zagen al die ballonnen… Het was maar goed dat we vast gegespt zaten in de stoeltjes van de bakfiets, want ik denk anders niet dat we ons in hadden kunnen houden. En met onze reputatie als balonnenknappers, zouden er weinig ballonnen over zijn om het feest te vieren. Papa heeft er een stukje over geschreven. Dat lees je hier.
Vandaag was ook weer een knuffeldag, want we gingen naar Hilversum. Naar de markt en naar de Toko (met papa en Zelda). De Toko wordt ook wel de Baliwinkel genoemd, zegt papa, dus heb ik als eerste toen we binnenkwamen tot 10 geteld in het Indonesisch en gegarandeerd dat je dan kroepoek krijgt. Dan maakt het ineens niet meer uit hoe lang papa aan het praten is met de baliwinkel-meneer-met-tatoeages-die-van-koken-houdt.
Daarna moesten we eerst de karrenvracht groenten fruit in de auto leggen, want daar kon je niet fatsoenlijk mee rondlopen. Toen splitsen de groepen zicht opnieuw op. Een groep sportsokken-voor-mama en een groep kado-voor-Nynte-en-Senn. Ik zat in groep 2.
Die speelgoedwinkel was een waar Walhalla! Knuffels, te veel om op te noemen, dus sleepte ik de grootste door de hele winkel heen, terwijl papa een verrassing kocht voor Zelda.
Zie je wel, knuffelmania.
Maar dat is nog niet alles. Zoals de zaken er vandaag uitziet dat ik NIET naar bed ga… De kunst is dat ik gewoon doe alsof er niets aan de hand is en dan vergeten ze het gewoon.
Goed gezien, want we gaan nog naar ons eigen zoetwaterstrand-om-de-hoek. Dat is een heel georganiseer, want er moet gegeten worden, gekookt, ingepakt en vertrokken, maar Uiteindelijk zaten we op fietsen en bakfietsen, bepakt en bezakt richting het Gooimeer.
Met dit weer is het Gooimeer veel meer dan mooi weer, temeer, er weer water bij betrokken is. In eerste instantie ben ik niet van plan in het water te gaan, maar gaandeweg vergeet ik mijn voornemen en wordt eerst ontvoerd door mama die naar Siebe, Zelda, Jay en papa loopt bij ‘de balk’ en later vergeet ik nog veel meer…
Ik wordt gedwee door Zelda meegenomen om vervolgens in mijn eentje te besluiten dat water gewoon lekker is. Ik dobber samen met papa in het diepe en spreek mijn oerinstincten aan als het aankomt op zwembewegingen. Zo zie je maar weer. Als je geen paniekerige Dzjez om je een hebt, ben je tot grootse dingen in staat!
Ik moet zeggen dat dat gedoe met Jay-zonder-angst me een beetje parten speelt. Hoe kan zo’n groot klein mannetje, zo stoïcijns in het water drijven, terwijl ik denk dat de wereld vergaat.
Dat betekent op 1 of andere manier dat ik mijn angsten moet overwinnen, dus dat is iets waar ik eens diep over na ga denken.
Eerst moeten we nog volleyballen en Jay moest nog een beetje in het zand spelen met emmertjes en schepjes.
Gelukkig is de dag daarna nog niet voorbij en kunnen we eerst nog even de speeltuin met Zelda! Zelf naar boven klimmen en dan via de glijbaan naar beneden. Joepiedepoepie!
Als we terug zijn, besluit ik dat het de hoogste tijd is om nog eens lekker in het water te gaan. M’n zwembandjes had ik nog om, Zelda is altijd in voor dit soort avonturen, dus we zijn op weg.
Voordat ik het weet lig ik lekker in het water spatteren en vole me een authentieke waterrat. Lekker in het water, lekker met mijn emmertje, lekker in de zon.
Dat was het moment voor mij waarop ik de knoop doorhakte (en de knoop in mijn buik vaarwel wens) en voordat ik er erg in had, had ik mijn zwembroek en bandjes aan en sta tot onderaan mijn knieën in het water! Het zegt wel iets. Als zelfs ik in staat ben om dit debacle te overwinnen, dan kan iedereen zijn innerlijke angsten toch eens stevig bij zijn kladden en lurven pakken? Precies.
Ik was nog lang niet klaar met spelen, dus toen ik betrekkelijk schoon uit het water kwam, dacht ik dat er betere manier zijn om droog te worden dan de zon. Bijvoorbeeld zand…. Dat deed ik dan ook vol overtuiging!
Lekker rollen in het zand als een varken in de modder. Ik begrijp nu wat voor een bevrijdend gevoel dat geeft. Respect voor de speklapjes!
Maar daar was de dag nog niet mee afgelopen….
We hebben vormpjes gekocht om zelf ijsjes mee te maken en als Zelda in de buurt is, gebeurt dat onmiddellijk. Dus, in de vriezer lagen een paar heerlijke plastic potjes limonade heel erg hun best te doen waterijs te worden. De belofte is, dat we er na het eten één krijgen….
Dat is een goede reden om eens goed mijn best te doen. Eigengemaakte appelmoes, worteltjes (nog steeds niet mijn favoriet) en kibbeling.
It wie wer in moaie dei,
mei in persoanlik e oerwinning.
Ik mocht niet meer op de iPad, dus moest ik tegen mijn zin in improviseren, en dat is best moeilijk!
Gelukkig ben ik er dan om hem te helpen met improviseren (of in de weg zitten, wat voor mij dan weer een vorm van improviseren is ;-). Daar ben ik als ik er wat langer over nadenk best wel goed in! En ik vind dat leuk, eigenlijk, om zo nu en dan een heel klein beetje te plagen…), maar in dit geval heb ik hem echt geholpen.
Ja, in dit geval wel en hebben we samen gekleurd. Ik in een kleurboek en Jay met name zichzelf. Zijn lippen en zijn handen op zijn T-shirt. Gelukkig is het u i t w i s b a a r zegt mama.
Nadat we gekleurd hadden, ging ik lezen, toen prikken (wat op zich een behoorlijke oog-hand-coordinatie vereist, maar waar ik beter en beter in wordt) en langzamerhand ziet de kamer er uit alsof er een speelgoedbom is ontploft.
Ik ben gaan puzzelen, want sinds de recente krinloopwinkelaankopen van mama heb ik er meer dan genoeg. Bovendien kan ik het bijna met met mijn ogen dicht. Ook de puzzels zonder plaatjes er onder. Ik kan dat.
Maar dan moeten we opruimen, want we gaan naar Bussum voor mama haar ogen… En het is gek, rommel maken is leuk, maar het omgekeerde niet. Misschien moet ik eens nadenken over een spel dat opruimen leuk maakt. Ik heb de naam al: Nekam Lemmor! (klinkt bijna Indonesisch).
In Bussum gingen we naar een winkel vol met brillen, waar mama als een soort spacevrouw werd verkleed, met een hele bijzonder masker…. Uiteindelijk ging ze niet het heelal verkennen (en eigenlijk ben ik daar wel blij mee), maar was het bedoeld om haar te leren lezen…. Want ze moest telkens zeggen of ze het kon lezen. Knap hoor.
Uiteindelijk was ze klaar en kreeg ze een diploma met cijfertjes en als beloning mocht ze een bril uitzoeken. Zo gaan die dingen (denk ik) als ik straks ook naar school ga.
Ik doe vooral de dingen die papa niet wil dat ik doe. Brillen pakken, de straat oplopen, deuren dicht doen, laatjes opentrekken, tegen het meetapparaat van mama aanleunen, onder rekken kruipen bij de Hema, spulletjes meenemen uit de schappen, kortom, de woorden “nee” en “niet doen” zijn mij volkomen vreemd. Ik ben ook spontaan vergeten dat ik Jay heet.
Uiteindelijk was ik best moe, en toen we uit de AH kwamen en thuis waren, was ik blij dat ik naar bed mocht!
Ik mocht nog steeds geen iPad kijken!
Dus moest weer improviseren. Deze keer ben ik gaan kleien (ik heb een vliegtuig gemaakt, want we gaan naar Irene en Noa en Quyn) en geloof het of niet, al die inspanningen hebben zijn vruchten afgeworpen, want ik mocht….. iPad kijken als papa gaat fietsen! Eindelijk! Maar dat is nog moet alles, als hij terugkomt gaan we Cars kijken!!
Cars is cool en ik heb een staartje.
Zelf bedacht, want ik vind dat mooi en het ziet er uit als een palmboom. En palmbomen hebben honger en dorst, want ik heb bijna mijn hele bordje leeggegeten! Terwijl we Cars mochten uitkijken! Wat een feest.
Ik vind Cars ook cool, zeker de muziek, want dan ga ik lekker dansen. Muziek is mijn ding en ik leer telkens meer bij. Ik kan nu bijvoorbeeld echt springen en dat doe ik dan ook heel enthousiast en heel serieus. Papa gaat het vast nog wel eens filmen…
Toen was het tijd om in een trein naar boven te gaan en de tanden te poetsen. Eerst doet papa mijn tanden en dan mag Dzjez zelf poetsen en dan poetst hij de tanden van Dzjez en mag ik zelf mijn tanden poetsen. Dan doe ik heel erg mijn best, want met poetsen jaag je de gaatjes weg, zegt papa.
Ja, en dan lezen we samen een boekje op mijn kamer. Samen op bed. 2 deze keer. Eerst van Kiki de eend, niet zo spannend, en dan Peter Konijn, superspannend. Maar dan komt er voor ons beiden een eind aan. Maar, mijn nacht zal nooit meer hetzelfde zijn….
Ik heb een nieuwe pyjama! Van Jip.
En Jay is mijn vriend.
It wie we in moaie dei
en in palmbeam op myn holle.
Vliegtuigen, dat is voorlopig het thema, want we gaan naar Irene, Noa en Quyn.
In het vliegtuig.
Maar papa was ons voor. Hij is deze week al in het vliegtuig geweest, want hij moest donderdag naar Roemenië voor zijn werk. Roemenië? Nog nooit van gehoord en al zeker niet van Boekarest, de stad waar papa naar toe moest. Wel van boeken, want wij zijn woensdag naar de bibliotheek geweest en hebben veel leuke boeken gehaald. Ik herkende er onmiddellijk één, namelijk Boer Boris.
Jay lijkt soms wel een beetje op Boer Boris. Zeker als hij een grote pet op heeft.
Wij (mama ik en Dzjez) hebben samen voorgelezen uit een ander boek. De wereld van de kleintjes heet dat en dan moeten we woordjes opzoeken in het beeld. Ik weet al heel woordjes en herken dat ook wel, alleen vind ik het soms lastig om de “B” in combinatie met bijvoorbeeld het woord “Boer”, wat als hilarisch resultaat het woord “Oer” oplevert en de luisteraar voor een duidelijk dilemma stelt…. Het kan namelijk “Moer”, “Koer” of “Stoer” en dus ook “Boer” zijn. Hetzelfde zou gelden voor het woord “Bij”, maar dat is dan weer een woord dat ik feilloos uit kan spreken. Vaak in combinatie met de woorden “Auw” en “Stout” want er is een bij (die eigenlijk een wesp was, maar dat is een woord dat zelfs Dzjez niet uit kan spreken, die zegt namelijk “Wepspe”) en die bij heeft mij in mijn vinger geprikt en dat deed pijn! Maar dat is al weer 3 weken geleden. Zo zie je maar, wat voor indruk dat maakt op een kind van 2.
We zijn lekker aan het hak-op-de-takken, want we hebben ook nog een speeltuinen toer gedaan (woensdag). Eerst naar de speeltuin in Bussum, daarna in de speeltuin om de hoek. Van de speeltuin in Bussum hebben we overigens een deel mee naar huis genomen, want at zand kleefde op 1 of andere manier werkelijk aan alles! Jay leek wel een aardmannetje, want die gaat natuurlijk zeer enthousiast op de grond liggen en grappig doen. Het was zelfs noodzakelijk dat we zowel bij thuiskomst onder de douche moesten als ’s avonds nog eens in bad. Het eens zo helder water, had de grijzige gloed van de Bussumse speeltuin toen we het met veel gebaar, via het afvoerputje naar andere oorden lieten gaan.
Wij waren dan weer helder. Aan de buitenkant, want ondertussen waren we ook wel een beetje moe van al dat gespeel en gelach en gedoe, dus met halve oogjes hebben we geluisterd naar papa die het verhaal van Pieter Konijn uitlas…. Het bed en een gemurmelde Namasté, waren dan ook een welkome proloog van de nacht die ging komen. Met één oor heb ik papa en Dzjez nog gehoord, denk ik, maar daarna stapte ik compleet in mijn eigen dimensie.
Over vliegtuigen gesproken, papa kwam dus donderdag ook met het vliegtuig terug, en aangezien wij onder de aanvliegroute naar Schiphol wonen, werden we elke keer weer enthousiast als er een vliegtuig over kwam vliegen, terwijl wij aan het eten waren, in de volle overtuiging dat papa er deze keer inzat. We konden hem net niet zien zitten, maar wisten het elke keer zeker. “Morgen als je wakker wordt, is hij er weer” zei mama, “en dan komt hij zeker even dag zeggen nog”. Ik weet zeker dat ik hem die nacht nog heb gezien en gehoord.
Ik ook, ik heb zelfs mijn ogen nog even open gehad. Daarna kan ik altijd nog een beetje beterder slapen.
De volgende dag, konden we dus lekker voorlezen voordat we naar de crèche gingen. Want dat gingen we wegens een wisseldag. Heerlijk onderuitgezakt, want papa was weer thuis. Ik blijf gewoon aandringen met het boek in de hand en weet dat papa uiteindelijk overstag gaat. Dzjez komt dan ook nog even mee koekeloeren, want ja, stel je voor dat je iets mist…
Er was nog wel een kleinavontuur voordat we naar de crèche konden. We moesten namelijk eerst de auto van papa bij de garage ophalen. Ik weet wel waar de die garage is. We rijden er namelijk altijd langs. Hey in de buggy en ik mee lopen, En babbelen dat het een lieve lust is, en weet je wat? Ik zag een slak op de muur. En nog 1 en nog 1 en wel 20. Op één of andere manier houden slakken van muren. Misschien is dat wel omdat ze altijd hun huis op hun rug dragen en ook wel eens tegen een muur aan willen leunen. Dat is namelijk lastig anders….
Bij de garage waren wel 100 auto’s waar we tussendoor konden rennen. En die ruiken ook lekker. Naar nieuwe auto’s. Dat is een bijzonder geur. Ik vraag me af wie dat er opspuit. In ieder geval kregen we de sleutels van de auto en konden we vertrekken, alleen… We konden de auto niet vinden. Er stond geen 1 grijze auto, totdat papa naar het kenteken keek en erachter kwam dat zijn auto wit was geworden! Toen begreep ik het, toen begreep Jay het en toen begreep papa het! Ze hadden de auto gewassen! En van binnen schoongemaakt. Papa was zo blij dat hij spontaan terug naar binnen is gegaan en iedereen van de garage een knuffel heeft gegeven als dank.